
“Waarom moet ik dit nu doen?”
De werkgever klinkt behoorlijk geïrriteerd tijdens het intakegesprek.
“Hij had toch gewoon naar mij toe kunnen komen? Dit voelt allemaal als een opgezet plan. Eerst ziek. En natuurlijk geloofde ik dat, want ik wist dat het eraan zat te komen. Maar dan dit…”
Ze haalt diep adem.
“Hij had toch gewoon een gesprek met ons aan kunnen gaan? En wat nou als ik helemaal geen mediation wil?”
Ik luister.
Want achter die vraag zit volgens mij iets anders.
“Waarom gebeurt dit zonder mij?”
De werkgever voelt zich voor het blok gezet. Eerst de ziekmelding. Dan het advies van de bedrijfsarts om mediation in te zetten. En nu zit ze bij een mediator, terwijl ze het liefst had gezien dat de werknemer gewoon met haar in gesprek was gegaan.
Ik leg uit dat een advies van de bedrijfsarts om mediation in te zetten binnen het kader van de Wet verbetering poortwachter serieus genomen moet worden en dat partijen zich moeten inspannen om de situatie te verbeteren.
“Maar weet je hoeveel tijd dit kost?”
Haar frustratie is duidelijk.
“En hij kan toch gewoon zeggen dat hij weg wil? En nu mag hij ook nog bepalen wie hij bij het gesprek wil hebben. Ik voel me voor het blok gezet.”
En daar begint voor mij de mediation.
Niet bij het vinden van een oplossing.
Maar bij het erkennen van wat er op dat moment bij iemand gebeurt.
Want hoe gemakkelijk is het om weerstand te zien als onwil?
“ze wil niet meewerken.”
“hij werkt tegen.”
“Die mediation hoeft van mij niet.”
Maar misschien zegt iemand daarmee eigenlijk:
“Ik begrijp niet waarom we hier zijn.”
“Ik heb het gevoel dat mij iets wordt opgelegd.”
“Ik ben bang dat ik de controle verlies.”
“Ik wil eerst gehoord worden.”
Dat maakt de weerstand niet meteen weg. Maar het geeft er wel betekenis aan.
En juist daar ligt voor mij een belangrijke rol van de mediator: niet overtuigen dat mediation goed is, maar ruimte maken om te onderzoeken wat maakt dat iemand niet wil?
Want soms is “ik wil niet in mediation” niet het einde van het gesprek.
Het is het begin van het gesprek.
